Een vergeten wetenschap

vergeten

Vanaf het begin der tijden is onze verbinding met de sterren langzaam gegroeid, tot op een gegeven moment de mens de tijd begon te meten. Mensen zagen de zon verschijnen en ondergaan, en zagen de maan groeien en afnemen. Aan de hand van deze twee lichten is men begonnen met het vast leggen van de dagen en van de maanden.

Men aanschouwde de dans van de sterren aan de nachtelijke hemel en dacht dat er goden waren, die een naam kregen en gevreesd werden door mensen.

Duizenden jaren hebben mensen de hemel gevolgd, zij gaven hun kennis door aan de volgende generatie en beoefenden de sterrenreligie.

Het was een levenslang werk, de sterren bestuderen, want ‘datgene wat boven is, is gelijk aan datgene wat beneden is en datgene wat beneden is, is gelijk aan datgene wat boven is’.

Dit was het begin van het kijken in de toekomst, want degene die het verleden kent weet dat dit terug zal keren, omdat het leven op de aarde onderworpen is aan cyclische bewegingen.

Men probeerde aan de hand van de geboortedatum van vorsten de toekomst te voorspellen voor het land en het volk. Dit was de eerste vorm van astrologie, die later mundane astrologie genoemd zou worden.

Nadat de kalender ingevoerd werd, begon men te zoeken naar het juiste moment om bepaalde ondernemingen te starten. Dit zou later de electie-astrologie worden.

Grieken zijn gaan experimenteren met geboorte-astrologie waarin ze gebruik gingen maken van de prenatale astrologie. De oudste gevonden horoscoop is van een kind geboren op 4 april 263 voor Christus. Men ging er van uit dat het lot een vast gegeven was en men probeerde een zicht te krijgen op de wil der goden.

In de loop van de tijd kreeg men het inzicht dat het lot misschien niet zo vast lag als ze vroeger dachten en dat het misschien wel mogelijk was om de toekomst te veranderen. Deze stroming groeide later uit tot de magische astrologie. Met de wens om een positieve toekomst te scheppen, trachtte men het juiste moment te vinden voor het uitvoeren van magische handelingen. Vanuit diezelfde gedachte is ook de medische astrologie ontstaan. Men trachtte de oorzaken te zoeken van waaruit ziektes konden ontstaan en men trachtte methoden te vinden om een spoedige genezing te bevorderen.

In de 1e eeuw voor Christus begonnen twee duidelijke groepen zich te onderscheiden. De ene groep probeerde astrologie als een wetenschap te beoefenen terwijl de andere groep astrologie meer als esoterische leer beschouwde. Al werden astrologie en astronomie in samenhang met elkaar beoefend, toch maakte Arbertus Magnus in de 13de eeuw een duidelijk onderscheid tussen de twee.

De wereld werd onderhevig aan verandering en de filosofie van Derscartes deed haar intrede. Men wou eerst iets bewezen zien voordat men iets erkende. De invloed van de kerk op alle alternatieve wetenschappen was doorslaggevend. Astrologie werd bestempeld als speculatief. In de 17de eeuw mochten wetenschappers zich niet langer meer bezig houden met astrologie. In de 18de eeuw zochten astrologen hun toevlucht in geheime genootschappen. Pas in de 20de eeuw komt astrologie langzaam uit de anonimiteit en begint in de westerse landen wat meer populariteit te kennen. Er worden de eerste astrologische verenigingen gesticht waarin astrologen werken aan hun professionaliteit en waarin ze een beroepsprofiel opstellen.

Astrologie komt uit de vergetelheid. Het is een levende wetenschap die in ontwikkeling blijft. Men groeit, het bewustzijn verruimt, nieuwe planeten worden ontdekt, geïntegreerd in ons leven en krijgen hun plaats binnen de astrologie. Het is een samenspel tussen mens en sterren, een oud spel, en zoals Hermes 30.000 jaar geleden zei: ‘Zo boven zo beneden’.